1. Organisatorische grenzen bepalen

De eerste stap is het bepalen van je organisatorische grenzen. Deze bepalen welke emissies deel uitmaken van je organisatorische voetafdruk en welke niet. Om deze grenzen te bepalen, moet je eerst kiezen tussen drie consolidatiemethoden:

  • Equity share benadering. Bij de equity share-benadering kijkt een bedrijf naar emissies uit bedrijfsactiviteiten afhankelijk van het aandeel in het eigen vermogen van de te beoordelen activiteit.
  • Financial control benadering. De onderneming heeft financiële zeggenschap over de operatie als de onderneming de mogelijkheid heeft om het financiële en operationele beleid van de operatie te sturen met het oog op het verkrijgen van economische voordelen uit haar activiteiten.
  • Operational control benadering. Een bedrijf heeft operationele zeggenschap over een bedrijfsactiviteit als het bedrijf (of een van zijn dochterondernemingen) de volledige bevoegdheid heeft om zijn bedrijfsbeleid in de bedrijfsactiviteit in te voeren en uit te voeren. 
    Weet je niet welke consolidatiemethode je moet kiezen? Deze aanpak is geschikt voor de meeste bedrijven.

Opmerking: als je eenmaal een methode hebt gekozen, moet je deze aanpak blijven volgen om correct te kunnen blijven rapporteren.

Op basis van de gekozen aanpak kun je bepalen welke delen van de uitstoot van de organisatie waarover je rapporteert, worden meegenomen in je CO2-voetafdruk en welke niet.

Als je organisatie deel uitmaakt van een groter conglomeraat van bedrijven of bedrijfsonderdelen, kan het extra voordelig zijn om een organigram zoals het onderstaande te tekenen. Dit diagram geeft je het overzicht en zorgt ervoor dat je geen delen van je emissies over het hoofd ziet.

Hieronder zie je een voorbeeld van de richtlijn van het GHG-protocol over de drie verschillende consolidatiemethoden.

Organisatorische grenzen geïllustreerd

Holland Industries is een chemieconcern dat bestaat uit een aantal bedrijven/joint ventures die actief zijn in de productie en marketing van chemicaliën. Tabel 2 geeft een overzicht van de organisatiestructuur van Holland Industries en laat zien hoe de broeikasgasemissies van de verschillende activiteiten in volledige eigendom en gezamenlijke activiteiten worden verantwoord volgens zowel de equity share- als de control-benadering.

Bij het bepalen van de organisatorische grenzen beslist Holland Industries eerst of ze de equity of control approach gebruiken voor het consolideren van de broeikasgasdata op

bedrijfsniveau. Vervolgens bepaalt het welke activiteiten op ondernemingsniveau voldoen aan de gekozen consolidatiebenadering (financieel of operationeel).

Op basis van de gekozen consolidatiemethode wordt het consolidatieproces herhaald voor elk lager operationeel niveau. In dit proces worden de broeikasgasemissies eerst toegerekend aan het lagere operationele niveau (dochterondernemingen, geassocieerde deelnemingen, joint ventures, etc.) voordat ze worden geconsolideerd op bedrijfsniveau. In de vorige figuur is de organisatorische grens van Holland Industries weergegeven op basis van de equity share en control benadering.

In dit voorbeeld heeft Holland America (niet Holland Industries) een belang van 50 procent in BGB en een belang van 75 procent in IRW. Als de activiteiten van Holland Industries zelf broeikasgasemissies veroorzaken (bijv. emissies in verband met elektriciteitsgebruik op het hoofdkantoor), dan moeten deze emissies ook voor 100 procent in de consolidatie worden opgenomen.

Tabel 2

2. Operationele grenzen bepalen + video

Vervolgens worden de operationele grenzen bepaald. De operationele grenzen categoriseren de directe en indirecte emissies en bepalen de reikwijdte van de boekhouding en rapportage voor de indirecte emissies. 

Video: scopes uitgelegd

Scopes volgens het GHG-protocol

In deze stap categoriseert u al uw emissiebronnen volgens het BKG-protocol. De vorige stap is arbitrair en bepaalt uw keuze. De categorisering in deze stap vloeit voort uit uw beslissing over de organisatorische grenzen in de vorige stap. Deze emissiebronnen worden onderverdeeld in drie scopes, waarbij het belangrijkste verschil tussen directe en indirecte emissies te maken heeft met de oorsprong van de emissies en de mate van controle die een organisatie hierover heeft:

  • Scope 1 zijn directe emissies uit directe energiebronnen, afkomstig van de activiteiten van de organisatie zelf. Dit bestaat uit alle emissies van uitlaten, schoorstenen, etc. waar je zelf controle over hebt.
  • Scope 2 zijn indirecte emissies uit directe energiebronnen. Dit is direct energieverbruik (bijv. elektriciteit), maar de uitstoot van de broeikasgassen vindt ergens anders plaats (bijv. in de energiecentrale).
  • Scope 3 zijn alle andere indirecte emissies die het gevolg zijn van de activiteiten in je supply chain. Je kunt hierbij denken aan emissies van je logistieke leveranciers, emissies van de leveranciesr tijdens de productie van onderdelen, woon-werkverkeer van werknemers, emissies tijdens de gebruiksfase van producten of diensten, etc. 

Hieronder kun je meer lezen over het verschil tussen scope 1,2 &3 emissies.

Impact of scope 1, 2 and 3 visualised

Voor de meeste bedrijven vormen scope 3 emissies verreweg de grootste bijdrage aan hun CO2-voetafdruk. Over het algemeen kun je ervan uitgaan dat hoe verder je bedrijf zich stroomafwaarts in de supply chain bevindt, hoe groter het aandeel van scope 3 emissies zal zijn.

Hieronder vind je een weergave van alle emissiebronnen per scope volgens het GHG-protocol.

Het verschil tussen scope 1 en 2 vs scope 3 emissies

Scope 1- en scope 2-emissies zijn eenvoudiger te bepalen dan scope 3-emissies. Voor scope 3 heb je mogelijk informatie nodig van jouw ketenpartners en andere stakeholders. Scope 3-emissies zijn emissies in scope 1 en scope 2 van de andere spelers in je supply chain. Aangezien je echter een bepaalde relatie hebt met en controle hebt over deze emissies, is het erg belangrijk om deze emissies op te nemen in je voetafdruk. 

Scope 3 emissies kunnen worden verminderd door andere leveranciers te kiezen, je ontwerp te veranderen, specifieke diensten te vermijden, enz. enz. De meeste mogelijkheden voor klimaatimpact die je met je organisatie kunt bereiken liggen in scope 3 emissies. Scope 1- en scope 2-emissies kunnen worden verminderd door bijvoorbeeld energie-efficiëntieverbeteringen op jouw locatie, overstappen op elektrische voertuigen en leveranciers van hernieuwbare energie.

Om het identificeren en beoordelen van scope 3-emissies te ondersteunen, heeft het GHG-protocol een aanvullende standaard uitgebracht waarin alle verschillende scope 3-emissiebronnen zijn uitgewerkt. Raadpleeg deze standaard, de Corporate Value Chain (scope 3) Accounting and Reporting Standard als je aanvullende informatie over scope 3-emissies nodig hebt. 

Ga verder met de cursussen Aan de slag

Krijg een een-op-een training om controle te krijgen over je eigen data.

Neem contact met ons op

De volgende stap

Krijg één op één advies om controle te krijgen over je eigen data.

Neem contact met ons op

Aan de slag

Dankjewel! Je bericht is ontvangen!
Oeps! Er ging iets mis bij het verzenden van het formulier.