Return to news
Terug naar de kennisbank

Alternatieven voor vlees: een levenscyclusanalyse (LCA)

Vanwege klimaatverandering, zijn steeds meer mensen zich bewust van hun huidige voedingspatroon. Een van de eerste stappen tot reductie is het vervangen van vlees door vleesvervangers. Dit artikel vergelijkt verschillende vleesvervangers en hun impact op het milieu. Ook worden ze vergeleken met écht vlees.

Als het om het milieu gaat, zijn steeds meer mensen zich bewust van hun huidige voedingsgewoonten. Sommigen zijn zelfs bereid om over te stappen op een duurzamere maaltijd. Een van de eerste stappen is het vervangen van vlees door vleesvervangers. Maar welke vleesvervanger heeft de minste impact op het milieu? En hoe verhouden ze zich tot echt vlees?


In dit artikel wordt een levenscyclusanalyse (LCA) uitgevoerd om de milieu-impact van verschillende vleesvervangers te beoordelen. In deze studie vergelijken we de milieu-impact van vijf vleesvervangers, namelijk Vivera's 'kruim gehakt', Vegetarische Slagers' veganistische kip, Garden Gourmet's vegetarische burger, SoFine's boerenkoolburger en Prolaterre's zeewierburger. Daarnaast worden de vleesvervangers vergeleken met vleesproducten, zoals kip en rundvlees.


De milieueffecten van vijf vleesvervangers

Om de milieu-impact te vergelijken, hebben wij de volledige productlevenscyclus van 1 kg vleesvervanger vergeleken. Deze analyse omvat de volgende processen: productie van de ingrediënten, verwerking van de ingrediënten tot vleesvervangers, verpakking, vervoer naar het distributiecentrum en vervoer naar de supermarkt, en ten slotte de gebruiksfase, oftewel de bereiding van de vleesvervangers. 

Deze studie berekent de impactcategorieën op basis van de EF Impact Assessment Method. Deze methode is het resultaat van het Product Environmental Footprint (PEF) initiatief en biedt een standaard voor effectbeoordeling, waardoor het gemakkelijker wordt producten te vergelijken.

Uit de LCA blijkt dat het effect op de klimaatverandering het grootst is voor het product 'kruim gehakt', met 18,1 kg CO2 eq, respectievelijk de vegetarische burger (15,5 kg CO2 eq), 'kipstuckjes' (15 kg CO2 eq), zeewierburger (14,5 kg CO2 eq), en met de kleinste impact de boerenkoolburger, met 9,02 kg CO2 eq. De hoge impact van 'kruim gehakt' op de klimaatverandering is te wijten aan de verwerking van soja-eiwitisolaat. Dat proces binnen de productie van 'kruim gehakt' draagt voor 75,7% bij aan het effect op de klimaatverandering.

Zeewier


De zeewierburger heeft de hoogste impact op bijna alle andere impactcategorieën in vergelijking met de andere producten, behalve op klimaatverandering. De zeewierburger heeft een zeer hoge impact op de impactcategorie watergebruik in vergelijking met de andere vleesvervangers. Dit verschil kan worden verklaard door de rijst die in de zeewierburger wordt gebruikt. De productie van rijst vergt veel watergebruik. De zeewierburger scoort ook hoog op de impactcategorie eutrofiëring in vergelijking met de andere vleesvervangers. Dit komt grotendeels door het ingrediënt tofu. De zeewierburger bestaat voor 27% uit tofu. Bij de productie van tofu ontstaat afvalwater met een hoog eiwitgehalte en dus een hoge concentratie stikstof en fosfaat, die bijdragen aan eutrofiëring. Het ingrediënt tofu wordt ook gebruikt in de boerenkoolburger en scoort daarom hoger op eutrofiëring. Dit is echter minder in vergelijking met de zeewierburger, want de boerenkoolburger bestaat uit slechts 19% tofu. Verder draagt het ingrediënt zeewier in de zeewierburger ook bij aan het effect op eutrofiëring.

Figuur 1 - Genormaliseerde milieueffecten van de vijf vleesvervangers voor verschillende effectcategorieën.

Milieu-hotspot 

Er is een contributieanalyse uitgevoerd om te laten zien welke componenten de grootste impact heeft op de volgende impactcategorieën: klimaatverandering en watergebruik. Voor alle vijf vleesvervangers draagt de productie van de ingrediënten het meest bij aan de impact op klimaatverandering. De impact van de gebruiksfase kan worden verminderd door over te schakelen op een inductiekookplaat in plaats van een gasfornuis. 

Figuur 2 - Het relatieve effect van verschillende stappen in de productie van vleesvervangers op de klimaatverandering.

Het effect van de verschillende stadia verschilt per product wanneer naar het waterverbruik wordt gekeken. Voor de vleesvervangers "kipstuckjes" en "kruimgehakt" heeft de verpakking relatief het grootste effect op het watergebruik. Dit effect wordt grotendeels veroorzaakt door de productie van polyethyleen. Verduurzaming van de verpakking kan leiden tot een kleiner effect op het watergebruik. 

Voor de overige drie vleesvervangers blijft de impact van de productie van de ingrediënten het grootst voor het watergebruik. De bijdrage van de productie van de ingrediënten van de boerenkool- en zeewierburgers is veel groter dan die van de andere vleesvervangers. Beide producten bevatten tofu, wat de grotere impact op het watergebruik verklaart. De ingrediënten van de zeewierburger hebben de grootste relatieve impact van allemaal. Naast tofu bevat deze burger ook rijst en zeewier, en voor de productie daarvan is veel water nodig. De productie van rijst is goed voor 65,2% van de impact op het waterverbruik.

Figuur 3 - Het relatieve effect van de verschillende stappen in de productie van vleesvervangers op het waterverbruik. 

Landgebruik

De productie van ingrediënten draagt in het algemeen in grote mate bij aan het milieueffect. Daarom wordt hier het effect van verschillende ingrediënten op het landgebruik onderzocht. Om beter te begrijpen welk ingrediënt het meest bijdraagt aan landgebruik, zijn enkele subcategorieën gecreëerd (fig. 4). 

In de categorie landgebruik draagt de boerenkoolburger het minst bij en de zeewierburger het meest. De impact van de zeewierburger wordt voornamelijk veroorzaakt door de tofu, sojaproducten en zonnebloemolie. Bij de kipstuckjes, de kruimgehakt en de vegetarische burger is de productie van het sojaproduct de grootste veroorzaker van de impact. Een vermindering van sojaproducten in vleesvervangers zou kunnen leiden tot een kleiner effect op het landgebruik. 

Bovendien laat de zeewierburger een negatief effect zien van groenten, of nog specifieker spinazie. Dit kan worden verklaard door het feit dat de transformatie van land - tot bijvoorbeeld landbouwgrond - soms kan leiden tot een gunstige bodemkwaliteit of een verhoogde opname van koolstof.

 

Figuur 4 - Het milieueffect van de vijf vleesvervangers op de impactcategorie; landgebruik (in Pt).

In vergelijking met de andere vier vleesvervangers heeft de zeewierburger de grootste impact op de geanalyseerde impactcategorieën, met uitzondering van klimaatverandering. Daarom is een van de andere vleesvervangers een duurzamere keuze. Bovendien dragen de sojaproducten in de vleesvervangers sterk bij aan de impact. Daarom zijn vleesvervangers zonder sojaproducten waarschijnlijk duurzamer omdat de impact op verschillende impactcategorieën kleiner is, zoals de boerenkoolburger.

Vergelijking van vleesvervangers met écht vlees

Wanneer de vleesvervangers worden vergeleken met echte vleesproducten, scoren de vleesproducten een stuk hoger. Rundvlees heeft de hoogste milieu-impact op elke categorie, behalve voor waterverbruik. Kip scoort op de tweede plaats in elke impactcategorie en het hoogst voor waterverbruik. 

Uit deze analyse blijkt dat vleesproducten in vergelijking met de vleesvervangers een groter milieueffect hebben op de getoonde effectcategorieën. Daarom kan de consumptie van vleesvervangers in plaats van vleesproducten een positieve invloed hebben op het milieu. 

Figuur 5 - Genormaliseerde milieueffecten van de vijf vleesvervangers en twee vleesproducten voor zes verschillende effectcategorieën.

Meer lezen over LCA?
Lees hierLees hierLees hierLees hier
Dit artikel is geschreven door:
Chimaine
Chimaine
Junior Expert Duurzaamheid
Stuur e-mailLinkedInBoek een vergadering
Dank u! Uw inzending is ontvangen!
Oeps! Er ging iets mis bij het verzenden van het formulier.